Eredienst in Wissenkerke voor zondag 8 maart 2025.

Orde van dienst voor Wissenkerke voor zondag 8 maart 2026, met als
voorganger: ds. M. van Manen, Breskens.

 

Zondagsnaam: OCULI = Latijn voor ‘ogen'. In Psalm 25, vers 10 staat: "Mijn ogen zijn bestendig op de Heer gericht".
In deze voorbereidingstijd voor Pasen richten wij onze ogen op God, of Hij naar ons en naar zijn wereld wil omzien.


Orgelspel

Binnenkomst o.v.d. en voorganger

Woord van welkom door de ouderling van dienst

Aanvangslied Psalm 25A: 1 en 2  Mijn ogen zijn gevestigd op God, of Hij mij redt…

Stil gebed / Votum en Groet

Zingen Psalm 91A; 3 Geen duister zal je overvallen, er is een licht dat eeuwig brandt…

Moment met de kinderen

Zingen: Projectlied: 40 dagentijd (melodie: Liedboek: 311) 
Orgelspel waarbij de kinderen naar de nevendienst gaan; zij nemen het lantaarntje mee

Kyriegebed

Aansluitend Zingen Lied 221: 1, 2 en 3 Zo vriendelijk en veilig als het licht, zoals een mantel om mij heen geslagen, zo is mijn God…

Gebed bij de opening van de Schriften

Schriftlezing JOHANNES 4: 3 - 26 door lector

3,4  Jezus verliet Judea en ging weer naar Galilea.
Daarvoor moest hij door Samaria gaan.
5  Zo kwam hij bij de Samaritaanse stad Sichar, dicht bij het stuk grond dat Jakob aan zijn zoon Jozef gegeven had, 
6  waar de Jakobsbron is. Jezus was vermoeid van de reis en ging bij de bron zitten; het was rond het middaguur.
7  Toen kwam er een Samaritaanse vrouw water putten. Jezus zei tegen haar: ‘Geef mij wat te drinken.’
8  Zijn leerlingen waren namelijk naar de stad gegaan om eten te kopen.
9  De vrouw antwoordde: ‘Hoe kunt u, als Jood, mij om drinken vragen? Ik ben immers een Samaritaanse!’ Joden gaan namelijk niet met Samaritanen om.
10  Jezus zei tegen haar: ‘Als u wist wat God wil geven, en wie het is die u om water vraagt, zou u hém erom vragen en dan zou hij u levend water geven.’
11  ‘Maar heer, ‘zei de vrouw, ‘u hebt geen emmer, en de put is diep-waar wilt u dan levend water vandaan halen?
12  U kunt toch niet meer dan Jakob, onze voorvader? Hij heeft ons die put gegeven en er zelf nog uit gedronken, en ook zijn zonen en zijn vee.’
13  ‘Iedereen die dit water drinkt zal weer dorst krijgen, ‘zei Jezus,
14  ‘maar wie het water drinkt dat ik hem geef, zal nooit meer dorst krijgen. Het water dat ik geef, zal in hem een bron worden waaruit water opwelt dat eeuwig leven geeft.’
15  ‘Geef mij dat water, heer, ‘zei de vrouw, ‘dan zal ik geen dorst meer hebben en hoef ik ook niet meer hierheen te komen om water te putten.’
16  Toen zei Jezus tegen haar: ‘Ga uw man eens roepen en kom dan weer terug.’
17  ‘Ik heb geen man, ‘zei de vrouw. ‘U hebt gelijk als u zegt dat u geen man hebt, ‘zei Jezus,
18  ‘u hebt vijf mannen gehad, en degene die u nu hebt is uw man niet. Wat u zegt is waar.’
19  Daarop zei de vrouw: ‘Nu begrijp ik, heer, dat u een profeet bent!
20  Onze voorouders vereerden God op deze berg, en bij u zegt men dat in Jeruzalem de plek is waar God vereerd moet worden.’
21  ‘Geloof me, ‘zei Jezus, ‘er komt een tijd dat jullie noch op deze berg, noch in Jeruzalem de Vader zullen aanbidden.
22  Jullie weten niet wat je vereert, maar wij weten dat wel; de redding komt immers van de Joden.
23  Maar er komt een tijd, en die tijd is nu gekomen, dat wie de Vader echt aanbidt, hem aanbidt in Geest en in waarheid. De Vader zoekt mensen die hem zo aanbidden,
24  want God is Geest, dus wie hem aanbidt, moet dat doen in Geest en in waarheid.’
25  De vrouw zei: ‘Ik weet wel dat de messias zal komen’ (dat betekent ‘gezalfde’), ‘wanneer hij komt zal hij ons alles vertellen.’
26  Jezus zei tegen haar: ‘Dat ben ik, die met u spreekt.’

Zingen Lied 779: 1, 3 en 4 In de ongerepte morgen, uit het duister naar het licht…

Schriftlezing JOHANNES 4: 27 – 30; 39 – 42 door lector

27  Op dat moment kwamen zijn leerlingen terug, en ze verbaasden zich erover dat hij met een vrouw in gesprek was. Toch vroeg niemand: ‘Wat wilt u daarmee?’ of ‘Waarom spreekt u met haar?’
28  De vrouw liet haar kruik staan, ging terug naar de stad en zei tegen de mensen daar:
29  ‘Kom mee, er is iemand die alles van mij weet. Zou dat niet de messias zijn?’
30  Toen gingen de mensen de stad uit, naar hem toe.
39  In die stad kwamen veel Samaritanen tot geloof in hem door het getuigenis van de vrouw: ‘Hij weet alles van me.’
40  Ze gingen naar hem toe en vroegen hem bij hen te blijven. Toen bleef hij nog twee dagen.
41  Nog veel meer mensen kwamen tot geloof door wat hij zei;
42  ze zeiden tegen de vrouw: ‘Wij geloven nu niet meer om wat jij gezegd hebt, maar we hebben hem zelf gehoord en we weten dat hij werkelijk de redder van de wereld is.’

Zingen Lied 779: 5 Kom dan, levenslicht der mensen, in mijn kwetsbare bestaan…

Uitleg en Verkondiging
Orgelspel ♪

Zingen Lied 908: 1, 2, 4 en 6 Ik heb U lief, o mijn beminde, die al mijn vreugd en sterkte zijt…

Mededelingen door de ouderling van dienst
Inzameling van de gaven - kinderen komen terug van de nevendienst

Dank- en voorbeden ( + Stil Gebed + Onze Vader )

Zingen slotlied (staande) Lied 837: 1, 2, 3 en 4 Iedereen zoekt U, jong of oud, speurend langs allelei wegen…

Zending en Zegen

Zingen Lied 431c (3x Amen)